Is het web wel voor iedereen?

10:30 – 13:00, 18 december 2017

Gastcollege Peter en Marnix (toegankelijkheid)

“Google is ook blind, doof en beperkt”

Dit gastcollege had als onderwerp toegankelijkheid binnen interfaces. Toegankelijkheid houdt in dat een interface ook te gebruiken is door mensen met een beperking. Dit kunnen permanente beperkingen zijn zoals blindheid maar ook tijdelijke beperkingen zoals een gebroken arm. Peter gaf de presentatie en Marnix, die slechtziend was deed een demonstratie.

 

Er zijn meer beperkingen dan je denkt

Functiebeperkingen kunnen opgedeeld worden in vier categorieën

  • Visuele beperkingen
  • Auditief (slechthorend, doof etc.)
  • Motorisch of fysiek
  • Cognitieve beperking (dyslexie, laaggeletterdheid)

 

Als je denkt aan toegankelijkheidsopties voor websites denk je vast vaak “Er zijn toch niet veel mensen die dat nodig hebben”. Wij bij Lab Lounge zijn erachter gekomen dat dat zeker niet zo is aan de hand van het volgende lijstje:

 

In Nederland:

  • Zijn 78.000 mensen blind
  • Zijn 238.000 mensen slechtziend
  • Zijn 700.000 mensen kleurenblind. Dit betekend dat 1 op 12 mensen kleurenblind zijn. In een schoolklas zouden dus al zo twee mensen kunnen zitten met kleurenblindheid.
  • Lijden 825.000 mensen aan dyslexie
  • Zijn 1.300.000 mensen doof of slechthorend
  • Hebben 1.500.000 mensen een fysieke beperking.
  • Hebben 1.500.000 last van laaggeletterdheid

 

Dit lijstje is al een aardige opfrisser wat betreft de noodzaak van een goede toegankelijkheid op websites. Ouderen spelen natuurlijk een grote rol in dit lijstje en aangezien dit ook de meest welvarende bevolkingsgroep is zijn ze interessant voor bedrijven.

 

“Solve for one, extend to many”

Iets waar waarschijnlijk ook niet vaak aan gedacht wordt (door ons nog niet in ieder geval) is dat toegankelijkheidsopties niet alleen nuttig zijn voor mensen met een permanente beperking. Zoals eerder aangegeven zijn toegankelijkheidsopties ook voor mensen met een tijdelijke functiebeperking. Het zal je verbazen hoeveel dingen kunnen zorgen voor een tijdelijke beperking. Denk aan het hebben van een baby in één arm, het staan op een plek met veel geluid waardoor je slecht kunt horen of de zon die op het scherm schijnt waardoor het scherm minder goed te zien is. Het mooie aan dit verhaal is dat wanneer je een probleem voor één doelgroep oplost (permanente functiebeperking), dit ook gelijk het probleem voor andere groepen kunt gebruiken (tijdelijke functiebeperking).

 

Guidelines

Peter vertelde over web content usability guidelines (WCAG). Dit zijn guidelines die ontwerpers van websites kunnen gebruiken om toegankelijkheid te waarborgen. Een voorbeeld van zo’n guideline is perceivable, operable, understandable en robust (POUR).

 

Perceivable

Dit gaat over dingen waar je naar kijkt. Guidelines hiervoor kunnen zijn: het geven van alternatieven voor afbeeldingen, voldoende kleurcontrast of het uit elkaar houden van lijnen in grafieken.

 

Operable

Dit gaat over het gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan ondersteuning voor navigatie met het toetsenbord en dit ook zichtbaar maken door middel van ‘focus styles’. Het labelen van invoervelden valt ook onder deze categorie.

 

Understandable

De interface moet begrijpelijk zijn. De juiste taal moet gebruikt worden en fouten moeten gemaakt kunnen worden. Ook moeten dingen die eventueel niet helemaal duidelijk zijn toegelicht worden.

 

Robust

Deze richtlijn houdt kort gezegd in dat het systeem voor iedereen ten alle tijden moet blijven werken. (bijv. valide mark-up en invoervelden gebruiken zoals ze bedoeld zijn).

 

Hoe werkt het in de praktijk?

Een zeer belangrijk van dit gastcollege wat ook wel als eye-opener werkte was de demonstratie van Marnix. Marnix is een blinde jongen die demonstreerde hoe hij websites gebruikt. Dit deed hij door middel van een spraaksysteem dat de broncode van websites langs gaat en zo informatie opleest en gebruik van het toetsenbord. De eerste website die hij bezocht was nu.nl. Deze site is aardig goed ontworpen voor spraaksystemen maar zelfs dit leek voor mensen die niet gewend zijn om een website zo te gebruiken, een hele opgave. Vervolgens demonstreerde hij het bestellen van een product bij CoolBlue. Dit was een stuk lastiger omdat deze site minder geoptimaliseerd is voor gebruik met het toetsenbord. Ook hadden de afbeeldingen geen goede alt tags die informatie over de afbeeldingen konden geven. Het meest schokkende voorbeeld was het boeken van een vlucht bij Transavia. Dit was praktisch onmogelijk om voor elkaar te krijgen omdat de website er gewoon niet op gemaakt was. Het kiezen van een vertrekdatum was bijvoorbeeld simpelweg niet te doen.

 

Wat in het hele geheel opviel is dat Marnix het spraaksysteem zo snel had staan dat het voor ons bijna niet te volgen was, en dan zei hij nog dat dit voor hem langzaam was. Dit geeft maar weer aan dat zo iemand heel anders getraind is in het gebruik van een website. Hij kan dingen die wij niet kunnen en andersom. Al met al duurde het voor Marnix heel lang om taken te voltooien die voor mensen zonder beperking vrij makkelijk zijn.

 

Open your eyes

Dit gastcollege heeft zeker onze ogen geopend en wij zullen vanaf nu anders tegen toegankelijkheidsopties aankijken dan voorheen. De uitleg van Peter in combinatie met de demonstratie van Marnix heeft ervoor gezorgd dat wij een heel goed beeld hebben wat betreft de situatie rond toegankelijkheidsopties, het is zo allemaal een stuk dichterbij gekomen. Terugkijkend op onze blogs over de lab-bezoeken is er nu wel de vraag waarom we daar niet meer over toegankelijkheid gehoord hebben. Een usability lab is natuurlijk de ideale omgeving om toegankelijkheidsopties uit te testen.